dinsdag 11 maart 2014

Buiten is het fijn...


...buiten zit ik op een breed terras. Ik hoor het geroezemoes van gezelligheid, en toch ben ik de enige hier. Het diepe glas koel witbier lijkt niet op te kunnen, en de vloeiende jazz heeft me al jaren geleden de ogen doen sluiten. Ik geniet van de warmte en leg enorme afstanden af, ondanks het feit dat ik stil zit. De dame naast me, haar hand in de mijne, lijkt een witte fee in haar zomerjurkje, en ze reist met me mee. De avond is oneindig, of is het middag? Het maakt niet uit, deze zon gaat nooit onder.

vrijdag 17 januari 2014

Schrijven, tekenen, vertellen...



Ik wil je schrijven, ik wil je tekenen, ik wil je vertellen...

...ik wil je naam in de maagdelijke sneeuw schrijven, het witte canvas gebruiken om over jou te vertellen.
...ik wil je naam op het ijs schaatsen, scherp spellend met een flair.
...ik wil je naam fluisteren in de wind, die de bloemen aait en jou naar ze toe brengt.
...ik wil letters op je rug tekenen, je laten raden wat ik spel, jouw lichaam het avontuur laten opnemen wat ik je wil laten leiden.

...ik wil jou kunnen schrijven, ik wil je kunnen tekenen, ik wil je kunnen vertellen, hopend de woorden te vinden die van jou zijn, woorden die me laten struikelen, die me laten vallen in de zee, woorden waarin ik wil verdrinken, de letters, de tekeningen, tot me nemen tot ik niets anders meer kan schrijven, tot ik niets anders meer kan tekenen, dat ik niets meer anders kan zeggen.

...ik wil over je schrijven, ik wil over je tekenen, ik wil over je vertellen... wil iedereen laten weten dat jij de alpha en de omega bent, de oneindige kleuren van de regenboog, de proloog en het slotstuk.

Jij bent mijn alfabet, mijn doos met kleurtjes, mijn boekenserie...
...en je bent oneindig jou.

vrijdag 13 december 2013

I don't know what I'm supposed to feel anymore.

Grizzled veteran.

Soaked in alcohol.

Trying to forget.

But the morning will come. New light. Clear thoughts. Thoughts you don't want to hear. Thoughts why you drink.

Why you try to forget.

You don't like where you are. The role the universe picked for you. You know you're supposed to be here, the way it is supposed to be. Supposed. Ugly word. You don't want to be there. But it doesn't matter what you think.

It feels unfair, but as soon as you accept your role, it will be okey. But how can you be ok with what you see.With what you feel.

The tragedy of it all. Knowing that they will learn. Learn about life. Lose their naivety. Lose that unsoiled look, on how life is supposed to be.

You don't want them to learn. You want them to keep that outlook on life. Never get to that point where you have been. And went beyond.

You think you don't care anymore. You think you've seen so much, it doesn't get to you anymore. But when the blood flows, soils the clear water, it has gone down the stream without you being able to do anything about it. You try to shout, tell them to stay back. Don't bleed in the water. Let it be clean, let it flow.

But they stray near. Try to get to you. They feel you can help them. They step into the river. That clean river of promises. They talk. But you don't hear them anymore. Their faces, added to a long line of empty shells. You try to forget.

Forget they talked. Forget they tried. You wish for another start. But the blood is there now. The water has been soiled.

Again.

Another empty promise.

But they'll find you again.

And the blood...

It will flow again.



They say an end can be a start
Feels like I've been buried yet I'm still alive
It's like a bad day that never ends
I feel the chaos around me

A thing I don't try to deny
I'd better learn to accept that
There are things in my life that I can't control

They say love ain't nothing but a sore
I don't even know what love is
Too many tears have had to fall
Don't you know I'm so tired of it all

I have known terror dizzy spells
Finding out the secrets words won't tell
Whatever it is it can't be named
There's a part of my world that' s fading away

You know I don't want to be clever
To be brilliant or superior
True like ice, true like fire
Now I know that a breeze can blow me away

Now I know there's much more dignity
In defeat than in the brightest victory
I'm losing my balance on the tight rope
Tell me please, tell me please, tell me please...

If I ever feel better
Remind me to spend some good time with you
You can give me your number
When it's all over I'll let you know

Hang on to the good days
I can lean on my friends
They help me going through hard times

But I'm feeding the enemy
I'm in league with the foe
Blame me for what's happening
I can't try, I can't try, I can't try...

No one knows the hard times I went through
If happiness came I miss the call
The stormy days ain't over
I've tried and lost know I think that I pay the cost

Now I've watched all my castles fall
They were made of dust, after all

Someday all this mess will make me laugh
I can't wait, I can't wait, I can't wait...

It's like somebody took my place
I ain't even playing my own game
The rules have changed well I didn't know
There are things in my life I can't control

Dark is the night, cold is the ground
In the circular solitude of my heart
As one who strives a hill to climb
I am sure I'll come through I don't know how

They say an end can be a start
Feels like I've been buried yet I'm still alive
I'm losing my balance on the tight rope
Tell me please, tell me please, tell me please...

If I ever feel better
Remind me to spend some good time with you
You can give me your number

When it's all over


I'll let you know.

donderdag 12 december 2013

When time becomes pain

It is shredded wheat. Not frosted. A big block of it in a plain white bowl, half full of milk.
It is on a table, where a man sits. There is no other food on the table.

The man is dressed in a white shirt and black slacks, and he'll put on a tie when he's finished.
Maybe he's not alone, it's just very early and his family is still asleep. He takes his spoon and
turns the block of shredded wheat over in its bowl, so that the other side can soak. He feels his
hunger, but he waits anyway. After a period of time, of a length roughly the same as yesterday,
and the day before (this time-period has become instinctual for him), he picks up his spoon and
begins to break the block up. Not completely of course, just into chunks that fit squarely onto
the spoon. The chunks usually have one side that's soggy and one side that's still a little bit crunchy.
The way he spoons each into his mouth, along with an appropriate quantity of milk, puts the
crunchy side at his teeth and the soggy side on his tongue.

As he chews, the crunchy side gets pulverized while the soggy side is mashed up by the natural
motion of the tongue while chewing. When he has eaten all the chunks, there is still milk left in
the bowl, and in it the crumbs that resulted from breaking the initial block. He does not raise the
bowl to his lips to drink the remainder; even though no one is there to see, he sticks to his etiquette
and dutifully drains the bowl spoonful by spoonful. When he is finished, there are still crumbs in
the bowl. He gets up from the table, takes the bowl to the sink, and quickly rinses it out.

He leaves the bowl in the sink; it will be dealt with later. He walks away to get his things, and then
he leaves.

The sun has not yet risen.

woensdag 20 november 2013

Rooibos met bloemenhoning...

...heel even waan je je op het balkon van je villa, waar je met een warme deken op een lounge-chair zit,
kijkend naar de vallende herfstbladeren en het palet van bruin, geel en donkerrood,
op een achtergrond van een zachtblauwe hemel.

De down-tempo jazz die uit het atrium golft geeft net genoeg aanzet om net niks te doen,
en de french maid is dichtbij genoeg om je theekop, handgemaakt en beschilderd met een herfstlandschap,
bij te vullen op het moment dat je de bodem bijna kan zien.

Geur, smaak, het uitzicht, het gevoel, voor even is alles goed met de wereld. Je bedenkt je
dat de enige keuze die je vandaag hoeft te maken over het eten gaat.
En je hebt de hele middag nog.

Langzaam zweeft er een havik voorbij, zeilend op de warme lucht. Ik kijk ´m na,
tot ´ie achter de bomen verdwijnt.

Ik hoor een hert roepen.

donderdag 14 november 2013

Vleugels

Mijn vleugels zijn enorm
wit gevaarte, pijlsnel, draagkracht

Mijn vleugels zijn enorm
ze zullen mij ooit verder dragen dan wie dan ook

Mijn vleugels zijn enorm
mijn zwarte gedaante
nu een vederlichtgewicht

Mijn vleugels zijn enorm
de wereld in de palm van mijn hand
verleden, heden, toekomst

Mijn vleugels zijn enorm
de dood is lichter dan een veer
het leven zwaarder dan ik hebben kan

Mijn vleugels zijn enorm
ik draag jou
ik draag mezelf
ik draag een ander
ik draag de wereld op mijn schouders

Mijn vleugels zijn enorm
witte geleiddegids naar de verlossing

Verlichting in mijn woorden
ik breng je licht en warmte
uitgeslagen witte wijsheid
mijn vleugels

Mijn vleugels zijn enorm

Ruimte voor jou
ruimte voor mij
ruimte voor ons samen

Ik neem je mee
het verlichtte pad
ik was hier ooit
maar neem je mee

Terug naar waar ik was
en ik zo graag zou willen blijven

Mijn vleugels

Ze zijn enorm

en ze zijn van mij

dinsdag 9 maart 2010

Krokante Cavia koekjes


"Our brittle guinea-pig cookies are handmade by utilizing a large hammer and a large supply of fresh guinea-pigs. Our employees are all mastered hammer smiths with a degree in Hammering from the school of MC Hammer. Because they know where and how to strike none of the original flavor is lost during the process."

Proudlot heeft weer een nieuw product op de markt gebracht. Bekend geworden door o.a. onderzoek naar de Bulgaarse Zeehamster en foto -en videobewerking, weet het bedrijf wederom de aandacht te trekken met een gedurfde versnapering. De koekjes zijn heerlijk krokant, en zonder toegevoegde suikers, kleur, geur -en smaakstoffen. Er zijn plannen voor compleet assortiment met diverse rassen cavia.

maandag 31 augustus 2009

I'm just imagining being in a room with her.

It seems like she'd stand there silently, just looking at me. No, looking slightly over my shoulder, staring with unbending intensity at whatever she sees there. As I realize this, I turn to look. Nothing is behind me. I turn back, and she's still there... still staring. She hasn't moved a muscle, yet I could swear she's closer to me than she was before. I take a few steps to the side. She continues staring just past me, her head turns ever so slowly to follow my movement. Still unblinking. Always unblinking. I can't help but blink my own eyes with extra frequency to make up for it.

She begins to walk toward me with such grace that it seems like she's gliding. Her feet are moving, and with an odd irregularity that it seems should result in a noticeable limp, yet everything above her waist is so absolutely rock-steady. Once she is close to me, she raises her hand, and ever so gently touches me on the shoulder. I feel something... a spark? A tingle? Her very touch is calming, soothing, like a river washing away all my worries and cares.

Then she smiles. It starts tiny, an almost imperceptible rise at the corners of her mouth. It grows, spreading across her face. I see her perfect teeth, all shiny white and straight. Not perfect exactly, now that I look closer, it almost looks like every one is an incisor. I stare, frozen in awe as her smile continues to grow. She's showing off a lot of teeth now... a lot of teeth. More than I would think possible. Her once tiny mouth has grown to comical proportions, yet her eyes are unmoved, not a blink, not a twitch.

Transfixed, I can't look away. Her jaw begins to lower as the corners of her once dainty mouth creep onward toward her ears. I see the teeth, they must number in the hundreds. No, no the first row numbers in the hundreds, and there are more behind them. As her jaw lowers, seemingly unhinged, a black ichor begins to dribble from her lips. Framed by hundreds of sharp teeth, a long pair of insectile pincers begins to extend from the place where I would have expected a tongue.

I finally manage to avert my eyes, stealing a quick glance over to my arm where she touched me. There's something there, like a thorn from a rose stem, but bigger. The top end of it is pulsating, pumping, growing smaller ever so slightly each time. I try to be afraid. I know with every scrap of logic in my mind that I should be awash with terror, but I don't seem to remember how to fear. I don't know how to feel fear, or anger, or anxiety... or anything much really. Besides, my arms and legs feel as if they're made of lead, I couldn't run or fight if I wanted to. I don't want to anyway. I don't want anything in particular. I don't want.

My eyes grow heavy as her face grows slowly closer to me. My, how it's changed since I last looked. The eyes though, the steel-blue eyes are still staring, unmoved and ever unchanging. My eyes droop, they close, I see no more. I feel something gently wrap itself around my head, I feel her embrace, she holds me so tightly. She holds me close, I hear the beating of her heart, feel the warmth of her body, the acid burn of her against my skin.

There's a crunching noise that seems to be coming from somewhere very close. A deep, hard crunch, like listening to my mom cracking walnuts. As I begin to fade into the blackness it almost seems that I can feel that noise in my very bones.

dinsdag 17 maart 2009

Je kan hem nu ook bellen

God heeft in Nederland een telefoonnummer. Je krijgt echter direct zijn voice-mail, en ik heb nog niemand gehoord die teruggebeld werd of daadwerkelijk contact met hem kreeg. Ik begrijp ook wel waarom niet: ze hebben het verkeerde nummer opgegeven. Expres of per ongeluk, het nummer lijkt niet op het nummer wat ik heb. Je kan hem sowieso beter niet proberen te bellen, want hij neemt zijn telefoon vaak niet eens mee als hij op reis gaat. E-mailen is dan ook verstandiger, want God bekijkt elk uur zijn e-mail! Hij is ook zeer attent als het om afspraken gaat, zoals bij deze afzegging, welke hij ruim van te voren naar me had verstuurd. Daar kunnen sommige mensen nog wat van leren!

woensdag 4 maart 2009

Eeuwige momenten...


Ze stapt na mij de lift in, en ik zie tot mijn vreugde dat ze naar dezelfde etage gaat zodra ze op het knopje drukt. De deuren glijden dicht en mijn ogen glijden direct langs haar heen. Ik kan haar ruiken, de geur van haar vrouwelijkheid overweldigend en aanlokkelijk. Het lijkt wel alsof ze straalt, een halo boven haar gestalte, vleugels naast haar gedaante.

Zo dichtbij en toch zo ver weg! Ik voel me nietig in mijn zijn en voel alsof ik geen controle meer heb op de wereld. Hoe kan ik dit wereldse gift negeren, hoe kan ik mijn respect voor haar houden terwijl ik haar wil laat weten voor altijd in dit moment te willen leven?

Met een voorzichtige stap zet ik mezelf precies achter haar, en dat lijkt al teveel. Zo dichtbij en toch nog zo ver weg! Haren kietelen mijn neus, de vouwen van haar jas strelen mijn handen. Ik verlies de realiteit uit het oog, uit mijn denken. Ik hoef alleen maar mijn handen uit te steken en ik kan haar bevestigen... of de zeepbel laten barsten. Nietig zijn en blijven, of groeien tot een gigant dankzij haar kracht?

Ik kan niet weg kijken. Het is hier en nu. Durf, en leef.

Mijn handen raken de hare, ze voelt zo echt! Ik breng ze langzaam omhoog, voor haar lichaam, bekijk de streling op mijn ogen, de gratie van haar vingers, terugspelend op haar polsen, verdwijnend onder haar mouwen. Kruisend naar haar kraag, til ik haar jas op, laat hem zakken zodat hij van haar afglijd. Met een zucht zinkt het kledingstuk ineen, over mijn voeten, laat me steviger staan.

Zachtjes blaas ik in haar nek, maak cirkeltjes met mijn neus tegen haar wang, hou haar handen vast, draai achtjes met mijn duimen in haar palmen. Haar armen spreidend, vliegen we samen verder. Ze reikt naar achteren, haar handen in mijn nek, op mijn rug, gooit haar hoofd naar achteren, laat me in haar verdrinken, bijt zachtjes in haar oor, kus haar nek, terwijl mijn vingers spelend langs haar knoopjes glijden, haar vorm de ruimte gevende.

Ze voelt zo stevig, maar ook zo zacht, ze is zo heerlijk aanwezig! Satijnen huid, fluwelen streling, medicijn voor de ziel. Oneindige ontdekkingstocht, ik wil verdwalen, nooit meer gevonden worden. Haar nek, haar schouders, haar borsten, haar buik, haar rug, mijn horizon, mijn jungle.

De bel van de lift snoeit keihard door mijn delirium. De deuren zijn open voordat ik besef waar ik ben. Ze stapt uit, vervolgt haar weg.

Ik kan niet volgen. Realiteit komt langzaam terug, zoals de zee bij vloed over een beschreven strand. De deuren van de lift zijn weer dicht. De lift gaat nergens heen, wacht op een opdracht van zijn passagier.

Maar ik wil even nergens heen.